Belangrijke informatie: (zie ook: gebruikersvoorwaarden)

1. Deze tekst is louter informatief. Het is niet de bedoeling dat door het lezen van deze tekst een raadpleging bij een arts wordt uitgesteld of medisch advies wordt genegeerd. Als u vragen heeft na het lezen van deze tekst, aarzel dan niet om een arts te consulteren.
2. Het is belangrijk te weten dat een familiale voorgeschiedenis van borst- en/of eierstokkanker niet automatisch betekent dat er een overerfbare genmutatie aanwezig is.

A. Een veel voorkomende ziekte?

Borstkanker komt voor bij ongeveer 1 op 9 vrouwen die de leeftijd van 90 jaar bereiken. In vergelijking met enkele decennia geleden komt borstkanker tegenwoordig meer voor, maar de ziekte wordt nu vaker in een vroegtijdig stadium ontdekt. Borstkanker komt het meest voor in Noord-Amerika en Noord-Europa en het minst in Azië en Afrika.

B. Wat zijn de risicofactoren?

1) Bevolkingsfactoren

1. Geslacht: in Vlaanderen komt borstkanker komt 88 maal meer
voor bij vrouwen dan bij mannen.
2. Leeftijd: borstkanker komt meest voor tussen 50 en 70 jaar.
Nadien daalt het voorkomen lichtjes.
3. Socio-economische status: vrouwen met een hogere socio-economische status hebben meer risico. Dit is waarschijnlijk te wijten aan een verschil in voortplantingsgedrag, zoals het aantal kinderen, de leeftijd bij de eerste bevalling, … Hoe meer kinderen en hoe vroeger een vrouw haar eerste kind krijgt, hoe minder risico ze heeft op borstkanker.
4. Woonplaats: het risico op borstkanker verschilt naargelang de plaats waar men woont. Hier zijn meerdere mogelijke verklaringen voor, o.a. verschillen in aantal kinderen, leeftijd bij eerste bevalling, …
Borstkanker komt ook meer voor in de steden dan op het platteland.
5. Ras/ethniciteit: deze verschillen zijn ook te wijten aan levensstijl en socio-economische factoren, in combinatie met genetische factoren.

2) Erfelijke risicofactoren:

Deze zijn heel complex en ook meer dan alleen het doorgeven van genetisch materiaal. Het is nog niet precies bekend wat de invloed van de omgeving of de levensstijl is op het erfelijke risico.

1.

Familiale voorgeschiedenis van borst- en/of eierstokkanker: van alle vrouwen met borstkanker heeft ongeveer 15% een familiale voorgeschiedenis van borstkanker zonder dat er een genetische afwijking kan worden aangetoond. De voorgeschiedenis aan vaders zijde is even belangrijk als die aan moeders zijde. Sommige factoren van de familiale voorgeschiedenis bepalen mee het risico, zoals:

a. graad van verwantschap tot de familieleden die getroffen zijn door borst- en/of eierstokkanker

b. het aantal familieleden met borst- en/of eierstokkanker

c. de leeftijd waarop borst- en/of eierstokkanker bij de familieleden is vastgesteld

d. of de borstkanker bij een familielid in beide borsten voorkwam (bilateraal).

2.
Genetische mutaties: slechts 5% van alle borstkankers zijn erfelijk en het gevolg van een specifieke genmutatie, d.w.z. dat er een afwijking is in het DNA (het genetisch materiaal).
3.
Borstdensiteit: de aanwezigheid van dens (dicht, vast) weefsel in de borst varieert van persoon tot persoon en lijkt erfelijk te zijn. Dens borstweefsel bemoeilijkt de interpretatie van een mammografie en verhoogt op zich ook het risico op borstkanker tussen 1,8 en 6 keer. Men weet eigenlijk nog niet waarom dens borstweefsel een hoger risico op borstkanker met zich meebrengt.

3) Endogene hormonale factoren

Met endogene hormonale factoren bedoelen we hormonen die door het lichaam zelf worden aangemaakt. Langdurige blootstelling aan en/of hoge concentratie van het vrouwelijk hormoon (oestrogeen) verhoogt licht het risico op borstkanker. De productie van oestrogenen wordt geregeld door de functie van de eierstokken: het moment van de eerste menstruatie, zwangerschap en menopauze.

Hoe vroeger de eerste menstruatie en hoe later de eerste zwangerschap en de menopauze, hoe hoger het risico op borstkanker.

4) Exogene hormonale factoren

Met exogene hormonale factoren bedoelen we hormonen die niet door het lichaam worden aangemaakt, maar wel ingenomen.

1.
Orale contraceptie: (de pil) veel studies spreken elkaar tegen op dit vlak. Tot op vandaag zijn er geen sluitende bewijzen dat de pil het risico op borstkanker zou verhogen. Vrouwen met een verhoogd risico op borstkanker mogen de pil nemen tot ongeveer 50 jaar.
2.
Hormonale substitutie therapie: (hormonen in de menopauze) het is gekend dat er een licht verhoogd risico is op (vooral hormoongevoelige) borstkanker na langdurig gebruik van hormonale substitutie therapie. (per 1000 vrouwen zijn er na 5 jaar hormonale substitutie 6 gevallen van borstkanker méér in vergelijking met vrouwen die deze substitutie niet nemen)

Voor vrouwen met een verhoogd risico op borstkanker die echter veel menopauzale klachten hebben (warmteopwellingen, nachtzweten, schommelingen van het humeur, …) is hormonale substitutie wel mogelijk.

5) Voedingsfactoren

1.

Gewicht en lengte: hoog gewicht (hoge Body Mass Index = BMI) wordt geassocieerd met een groter risico op borstkanker, vooral in de menopauze. Zwaarlijvige vrouwen hebben meer kans om te sterven aan borstkanker dan niet-zwaarlijvige vrouwen. Laag gewicht vermindert het risico.

2.
Alcohol: alcoholgebruik verhoogt het risico
3. Fyto-oestrogenen: dit zijn natuurlijke plantenextracten. Vaak wordt een beschermend effect toegewezen aan deze stoffen. Zo denkt men soms dat soja (rijk aan fyto-oestrogenen) het risico op borstkanker vermindert omdat er in China en Japan (waar men veel soja eet) minder borstkanker voorkomt, maar er zijn geen sluitende bewijzen.

Het risico op borstkanker bepalen is een moeilijke zaak. Er zijn zoveel bekende en onbekende factoren die een rol spelen dat het moeilijk is om voor elke vrouw een exact risicopercentage te bepalen. Er bestaan meerdere wiskundige modellen om iemands risico op borstkanker te berekenen, maar er is nog veel discussie over de betrouwbaarheid van deze modellen.

Risico kan gedefinieerd worden als “lifetime risk”, d.w.z. het risico op borstkanker tussen geboorte en overlijden, maar vaak zijn dit weinigzeggende cijfers. Het relatieve risico is vaak beter verstaanbaar, maar vertellen aan een vrouw dat ze dubbel zoveel risico heeft op borstkanker omwille van een familiale voorgeschiedenis kan misleidend zijn.

Een voorbeeld: je kunt een 50-jarige vrouw vertellen dat ze 5% kans heeft om borstkanker te ontwikkelen in de eerstvolgende 5 jaar en dat dit risico 4 keer zo groot is als dat van een gemiddelde 50-jarige vrouw. Hiermee zaai je misschien ten onrechte onrust, want diezelfde vrouw heeft 95% kans om in de eerste 5 jaar géén borstkanker te ontwikkelen!

Terug naar begin
 
Copyright © 2006 Natarelle - Borstkanker.net - Gebruikersvoorwaarden - Websiteontwerp: G-Creations - Webhosting: Systray Solutions
Natarelle is online sinds: 17 januari 2006 - Laatste update van de website gebeurde op:
24 september 2008