1. Vrouwelijke dragers
van een BRCA-mutatie
Drager
zijn van een BRCA-mutatie betekent dat er een foutje (=
mutatie) is teruggevonden in één van beide
BRCA-genen die verantwoordelijk zijn voor een verhoogd
risico op het ontwikkelen van borst- en/of eierstokkanker.
Het kennen van je risico op kanker kan je helpen bij het
uitstippelen van een medisch opvolgingsplan, waardoor kanker
kan voorkomen of tijdig ontdekt worden.
Voor overige familieleden impliceert het vernemen van de
informatie omtrent de aanwezigheid van een BRCA-mutatie
in de familie dat zij hierdoor eveneens de gelegenheid krijgen
om voor zichzelf uit te maken of zij de genetische test
al dan niet wensen.
Een gezonde vrouw die te horen krijgt dat ze drager is van
een BRCA-mutatie staat voor een moeilijke keuze. Zij moet
nu kiezen voor een opvolgings- en preventiestrategie die
voor haar het comfortabelst is en waardoor zij zich veilig
kan voelen.
Gelukkig zijn er al heel wat mogelijkheden om het risico
op borst- en eierstokkanker te verminderen. We kunnen ze
indelen in 3 groepen: intensieve opvolging, preventieve
heelkunde en medicatie.
1)
Intensieve opvolging
Je kan ervoor kiezen om je intensief
te laten opvolgen. Dit betekent dat je regelmatig een aantal
onderzoeken laat uitvoeren om een eventuele tumor tijdig
te ontdekken. De richtlijnen van intensieve opvolging verschillen
naargelang je leeftijd, je medische voorgeschiedenis en
ook naargelang het centrum waar jij je laat opvolgen.
De onderzoeken waarover het gaat zijn de volgende:
- |
Zelfonderzoek
van de borsten: maandelijks je eigen borsten onderzoeken.
Een goede manier om dit te doen wordt uitgelegd op de
volgende website: http://www.borstkanker.net/hoofdframe.html?diagnose.html&2
|
| - |
Klinisch gynaecologisch
onderzoek: de arts onderzoekt je borsten, je baarmoeder
en je eierstokken |
- |
Mammografie van de borsten |
- |
Echografie van de borsten |
- |
Echografie van de eierstokken |
- |
MRI-scanner van de borsten (Magnetic
Resonance Imaging) |
- |
bloedanalyse |
De arts vertelt je welke onderzoeken
voor jou zinvol zijn. De keuze van de onderzoeken hangt
onder andere af van je leeftijd, je medische voorgeschiedenis
en de samenstelling van je borsten (veel klierweefsel of
veel vetweefsel).
De frequentie van de onderzoeken kan ook verschillen, maar
meestal wordt aangeraden om zesmaandelijks op controle te
gaan.
2.
Preventieve chirurgie:
Je kunt er ook voor kiezen om
preventief (d.w.z. als je nog géén borst-
of eierstokkanker gehad hebt) een operatie te laten doen.
Hier bestaan ook verschillende mogelijkheden:
- |
Als beide eierstokken
en eileiders voor de leeftijd van 40 jaar worden weggenomen,
vermindert het risico op eierstokkanker met 95% (niet
met 100% want er blijft altijd nog een restje weefsel
over), en het risico op borstkanker vermindert met ongeveer
50% door de veranderde hormoonspiegels. (als je bijvoorbeeld
voor de operatie 80% kans had op borstkanker, heb je
na de operatie nog ongeveer 40% kans) Er zijn ook nadelen
verbonden aan deze methode: er is het operatieve risico
(aan elke operatie is een risico verbonden), je kunt
geen kinderen meer krijgen, je komt vroegtijdig in de
menopauze en het risico op borstkanker blijft toch nog
gevoelig verhoogd. Vanaf de menopauze wordt deze vorm
van preventieve chirurgie echter aangeraden. |
- |
Een tweede mogelijkheid
is het preventief laten wegnemen van het borstklierweefsel,
met reconstructie van de borsten. Dit vermindert
het risico op borstkanker met ongeveer 95%. (er blijft
nog een klein risico omdat er nog een restje borstklierweefsel
achterblijft) Dit is echter een zeer ingrijpende en
emotioneel zeer moeilijke beslissing. De borsten zijn
voor de vrouw een symbool van haar vrouwelijkheid en
seksualiteit, en dat maakt deze beslissing juist zo
moeilijk. Er bestaan wel goede mogelijkheden om de borsten
te reconstrueren, zowel met prothesen als met lichaamseigen
weefsel (vb. vetweefsel van de buik of de billen). Vooral
met lichaamseigen weefsel worden zeer natuurlijke resultaten
bereikt. Voor meer informatie over borstreconstructie
kan je terecht bij je huisarts, gynaecoloog of plastisch
chirurg (best iemand die gespecialiseerd is in borstreconstructie).
|
3.
Medicatie
Tenslotte bestaat ook de mogelijkheid
om met medicatie het risico op borst- en eierstokkanker
te verminderen, maar de meeste van deze medicaties zitten
nog in een testfase.
Of je
nu kiest voor intensieve follow-up, een operatie, of beide,
het is volledig jouw beslissing. Jij moet je er goed
bij voelen. Deze beslissing nemen is zeker niet eenvoudig.
Je kunt ze nemen in overleg met je arts, je partner, eventueel
je kinderen, maar het kan je zeker helpen om erover te praten
met een vrouw die ook mutatiedrager is.
2. Mannelijke dragers
van een BRCA-mutatie
Voor mannelijke dragers van een
BRCA1-genmutatie wordt voornamelijk
preventief onderzoek geadviseerd voor prostaat- en darmkanker,
omdat hun risico hierop licht verhoogd is (resp. 8% en 6%).
Het verhoogde risico op darmkanker wordt echter recent in
twijfel getrokken.
Vanaf 40 jaar wordt jaarlijks een bloedonderzoek (bepaling
van een stof afkomstig van de prostaat), klinisch onderzoek
(voelen van de prostaat) en echografie van de prostaat aangeraden.
Voor het onderzoek van de darm wordt (ook vanaf 40 jaar)
om de 3 tot 5 jaar een coloscopie aangeraden (dit is een
onderzoek waarbij in de darm gekeken wordt om poliepen of
een tumor op te sporen).
Mannelijke dragers van
een BRCA2-genmutatie
hebben ongeveer 5% kans op borstkanker. Ze hebben ook een
verhoogd risico op prostaat- en pancreaskanker. Het is niet
eenvoudig om voor mannen een preventief beleid uit te stippelen.
Klinisch borstonderzoek (kijken en voelen) door een arts
is zinvol, maar ook een mammografie behoort tot de mogelijkheden.
Als alternatief kan een MRI-scan (Magnetic Resonance Imaging)
uitgevoerd worden, maar het belang hiervan is nog niet duidelijk.
Preventieve chirurgische wegname van het borstklierweefsel
wordt niet vaak gedaan bij mannelijke dragers, behalve bij
mannen die een abnormale borstontwikkeling hebben (= gynaecomastie).
Mannen met een BRCA2-genmutatie hebben ook een licht verhoogd
risico op huidkanker (ongeveer 5%). Als preventief onderzoek
wordt een jaarlijkse controle bij een huidarts (dermatoloog)
aangeraden.
3. Kinderen
krijgen als drager van een BRCA-mutatie
Als er al kinderen zijn,
hebben ze elk 1 kans op 2 om ook mutatiedrager te zijn.
Koppels die nog geen kinderen
hebben, staan vaak voor een moeilijke
keuze. Als ze op natuurlijke manier zwanger worden, weten
ze dat er 1 kans op 2 is dat hun kind de mutatie zal dragen.
Sommigen nemen het risico, anderen kiezen er dan voor om
geen kinderen te krijgen.
Recent bestaat echter
de mogelijkheid tot pre-implantatie genetische diagnose
(PGD): eerst worden de eierstokken
van de vrouw gestimuleerd met hormonen. Daarna volgt een
eicel “pick-up”, d.w.z. dat de rijpe eicellen
uit het lichaam genomen worden om vervolgens “in vitro”
(in een proefbuis) bevrucht te worden met de zaadcellen
van de man. Zo worden er meerdere eicellen bevrucht.
Als de bevruchte eicellen zich gedeeld hebben tot een 8-cellig
stadium, neemt men hiervan 2 cellen weg om te testen of
dit vruchtje de BRCA-mutatie in zich draagt. Na deze test
wordt een vruchtje zónder BRCA-mutatie terug ingeplant
in de baarmoeder. Op die
manier is het mogelijk om kinderen te krijgen die zeker
geen mutatiedrager zijn.
Er zijn voor- en tegenstanders van pre-implantatie genetische
diagnose. Het spreekt voor zich dat dit een complexe ethische
kwestie is.